Almere.org

Veldwerk Almere: Leegte in het landschap

Almere, archipel zonder anker?
Communicatie verloopt digitaal of via het gratis huis-aan-huisblad

Er is in Nederland een groot onderzoek afgerond naar de rol van de lokale en regionale media en hoe deze zich verhouden jegens de gemeente. In Almere heeft Prof. Henri Beunders hiervoor persoonlijk veldwerk verricht. Zijn bevindingen in Almere vind je hieronder. Het onderzoek dat 12 febr. jl in Nieuwspoort, Den Haag werd gepresenteerd is door de lokale en regionale media in Almere onbesproken gebleven: op deze website na. De mindmap over de lokale/regionale media in Almere van Peter Aggenbach gaf eerder al een aardig beeld van zaken,...

In 1975 is gestart met de bouw van het meerkernige Almere. Het was de bedoeling dat Lelystad de grootste stad van de provincie Flevoland zou worden, maar Almere telt inmiddels veel meer inwoners: 195.000, en is daarmee de zevende stad van Nederland. De stad heeft een relatief jonge bevolking: 30% van de inwoners is jonger dan 20 jaar en 7% wordt tot de categorie 65-plussers gerekend. Van de Almeerders is 18% in Almere geboren, 30% in de regio Amsterdam en 20% is geboren in het buitenland. Almere staat bekend als een multiculturele samenleving. In totaal huisvest Almere 134 nationaliteiten en 164 etnische groepen, de ‘allochtonen’ maken intussen ongeveer de helft van de bevolking uit. Het gemiddelde opleidingsniveau is MBO.

Foto: Annelies van der Horst (DSP-groep) en Prof. Henri Beunders (Erasmus Universiteit)

Intro
Almere staat anno 2015 op een keerpunt, dan wel voor een spoorwissel in zijn 40 jarige geschiedenis. Van een stad die ‘dé bouwstad van Nederland’ moest en wilde zijn voor ‘een doorsnee bevolking van Nederland’ moet het ‘umdenken’ naar een situatie waarin er voor het eerst, en misschien wel voor langere tijd, géén groei meer zal zijn. Zo moet Almere zich omvormen van een door ambtenaren bedachte stad vóór de nieuwe burgers, naar een stad die zich met de bestaande burgers, zelf moet maken. Het woord media komt zeker een ereplaats toe in de geschiedenis van Almere. De woorden onafhankelijke journalistiek een stuk minder, tot bijna niet eigenlijk. Communicatie en marketing zijn de meest gehoorde woorden binnen de vierkante kilometer waar het rond het stadhuis allemaal gebeurt. Reclame en digitaal zijn de andere woorden die dezer jaren domineren, dat wil zeggen; de gemeente denkt vooral in termen van directe communicatie met de burgers en handelt naar de wereld buiten Almere vooral in termen van reclameslogans over de aantrekkelijkheid van de stad: ‘Het kán in Almere!’. Iedereen kan er zijn eigen droomding – huis, onderneming, iets cultureels – doen, zoals de nieuwe campagne ‘Ik hou van Almere’ uitstraalt. Almere is hip & happening, zoals de gesponsorde tv-serie Nieuwe Buren (RTL4) eind 2014 liet zien, inclusief de seks, drugs en rock & roll. Het was een succes volgens Almere City Marketing: de serie trok 1 tot 2 miljoen kijkers. En de Floriade komt in 2022 inclusief een wereldtentoonstelling, een bewijs van Almere als Growing Green City, uniek in de wereld.

Almere is binnen het raamwerk van dit rapport een vreemde eend in de bijt. Sterker, als de driehoek overheid-media-burgers de centrale onderzoeksopdracht is van dit rapport, dan is Almere een duizelingwekkend fenomeen. Waarom? Omdat er hier veel overheid is en weinig media. En die burgers, tja, die burgers: welke rol spelen zij precies in die overheidscommunicatie? Het Coalitieakkoord Almere 2014-2018, dat na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014 werd gesloten tussen de partijen D66, VVD, PvdA, Leefbaar Almere en het CDA (in volgorde van grootte) – ook omdat de grootste partij PVV (9 zetels) in verwarring was over de ‘minder Marokkanen’ uitspraak van leider Wilders – heet ‘De kracht van de stad’. Er werd dus een ommekeer in het denken over de relatie tussen de overheid en de burgers beoogd: de burgers zullen voor het eerst meer zelf moeten doen. Het woord ‘media’ komt in dit hele verhaal niet één keer voor. Maar het nieuwe hoofd van de afdeling communicatie, Jennifer Tjin a Ton, laat er geen 
misverstand over bestaan: ‘We houden op met informatie aanbieden, aanbieden en nog eens aanbieden. Burgers moeten voortaan meer zelfredzaam worden.’

Grenzeloze groei in de Tuinstad
Wat was tot nu toe die relatie overheid-burger? Hoe die relatie sinds de eerste woning in 1975 werd opgeleverd er uitzag is in weinig woorden verteld. Die relatie kwam hier op neer: ‘Wij, overheid, zullen er voor zorgen dat jullie, nieuwe burgers, hier een paradijs zullen gaan bewonen.’ Dat paradijs bestond, vanaf de tekentafel bezien, uit een meerkernige groene ‘tuinstad’ voor ‘een doorsnee van de Nederlandse bevolking’. Of die groene stad in het jaar 2000, 125.000 of 250.000 inwoners zou tellen, dat was de vraag, en daarom hanteerde men verschillende tempo’s voor de bouw van de ver uit elkaar geplande stadskernen. Het Rapport van de Club van Rome, Grenzen aan de Groei dat in 1972 verscheen had op de valreep van alle planning nog veel invloed; alles moest op loop- of fietsafstand, en overal kwamen vrije busbanen. Geen stad in Nederland waar zo veel bussen met zulke korte intervallen rijden. Maar voor al het overige planwerk was Almere het omgekeerde van de titel van dat alarmerende rapport: Almere wás groei, grenzeloze groei.

Die grenzeloze groei kwam er, vorm gegeven op rijksniveau, aangestuurd door met name VROM, Financiën en Verkeer en Waterstaat en uitgevoerd door de Rijksdienst voor IJsselmeerpolders. In de praktijk werd het ‘plan Almere’ voortgedreven door ambtenaren van allerlei soort: sociaal geografen, stedelijk economen, planologen, architecten, ingenieurs, gewone ambtenaren, woningbouwdirecteuren. In 1980 kwam het Openbaar Lichaam, met een landdrost aan het hoofd, Han Lammers, PvdA-coryfee uit Amsterdam. Vanaf 1984 werd Almere een gemeente.

Bijna elke tekentafeldroom wordt verstoord, ook de droom dat doorsnee-Nederland zich in Almere zou vestigen. Vanaf 1976 kwamen vooral Amsterdammers naar Almere, vooral uit Amsterdam-West, maar ook uit andere wijken. Wegens de grootschalige renovatie van de 19e-eeuwse wijken heetten ze ‘stadsvernieuwingsurgenten’, en hadden voorrang bij woningtoewijzing. De bewoners uit de westelijke tuinsteden Geuzenveld of Sloterdijk, als kind van de eerste generatie ‘Tuinstad’ (vanaf de jaren vijftig ontstaan), zagen rond 1980 hun buurt veranderen en verkleuren. Deze stadsdelen werden in rap tempo een multiculturele samenleving. Velen hadden daar moeite mee. En men zag ook dat een woning elders in de stad onbetaalbaar was. Sommigen zeiden in deze eerste tijd dat Almere voornamelijk bestondt uit ‘economische vluchtelingen’, maar dat was overdreven. Velen, ook ouderen, konden en wilden er heen. Wel is het zo dat ‘the white flight’ uit de hoofdstad de oorzaak was dat in de jaren 80 de Centrumpartij van politicus Hans Janmaat als eerste in Almere voet aan de grond kreeg. Dat na 2001 Leefbaar Almere sterk opkwam, dat een veel progressievere koers voer en dat sinds de komst van de PVV van Geert Wilders in de Tweede Kamer in 2006 de PVV nu de grootste fractie vormt in Almere. De komst van zo vele Amsterdammers, bovendien in een tijd van voortgaande ontzuiling, heeft er overigens toe geleid dat er in Almere wel enkele grote moskeeën zijn verrezen, met verschillende achtergronden maar dat er nauwelijks een christelijke kerk te zien is. Slechts 5% geldt als kerkelijk actief.

Een andere factor die de droom van doorsnee-Nederland verstoorde was het concept van ‘economische binding’. Mensen tussen de 20 en 40 kregen voorrang op een woning in Almere, wat een jongere bevolking opleverde dan in ‘doorsnee Nederland’. Zij kwamen hier vooral als ambtenaar of vaker nog als leraar, want in Almere werd in de laatste decennia van de vorige eeuw wel elke week of maand een nieuwe school geopend. Wie carrière wilde maken, kon het beste directeur worden van een school in Almere.

Deze twee factoren – Amsterdammers en jonge generaties – leidden ertoe dat de toch al gevormde gedachte dat in Almere bijna driekwart van de woningen sociale woningbouw moest worden, conform die doorsnee, extra nadruk kreeg. En dat was ook geheel overeenkomstig de tijdgeest van de Den Uyl-jaren 70: de verzorgingsstaat. De overheid zei tegen de nieuwkomers: wij overheid bieden jullie een mooie woning aan en zullen ook daarna goed voor jullie zorgen.

Wie nu Almere bewandelt, loopt twee gevaren: overreden worden door een bus die over die vrije busbaan aan komt sjezen, of door een scootmobiel met daarin een minder valide of een wat dikkere van gestel. Hoe dat precies zit, dat is moeilijk te achterhalen. Want de belangrijkste eigenschap van Almere in het kader van dit rapport is deze: het scootmobielbeleid zal vast wel ergens in een nota zijn vervat. En die nota zal vast wel ergens in het Raadsinformatiesysteem (RIS) zijn terug te vinden: de digitale database waarin de gemeente alle openbare stukken ter beschikking stelt. Maar als je het op De Grote Markt vraagt, of bij het aldaar gevestigde huis-aan-huisblad Almere Dichtbij, dan kan niemand je dat vertellen. Ja, dat er in Almere geen drempels zijn is een mogelijke reden. En dat er nu door de bezuinigingen ‘scootmobielpoolplekken’ komen.

Van verzorgingsstaat naar ‘burgerkracht’
De verzorgingsstaat is de verzwegen andere reden voor de ruimhartige verstrekking van allerlei voorzieningen. Dat heeft zijn sociaal-politieke effecten gehad zegt Jan de Vletter, vanaf 1976 betrokken bij Almere en ruim 25 jaar lang directeur van de eerste woningbouwcorporatie, de Alliantie Flevoland. ‘Het gevolg van de boodschap die de overheid sinds 1975 verspreidt ‘wij zorgen voor jullie’, is dat burgers op hun handen zijn gaan zitten.’ Nou ja, wat betreft ‘burgerschap’ dan. De meeste Almeerders werken nog steeds elders, meestal in Amsterdam – beluister de filemeldingen 's ochtends – komen daarna thuis in hun ruime huis, en wat ze daar deden en doen, daarover verschillen de meningen niet veel. De meesten maken zich ’s avonds intussen zorgen over de toekomst van de kinderen en over de hypotheek en kijken naar de commerciële landelijke televisie. In de auto luistert men vooral commerciële radio, zoals BNR en Radio 538. Heeft men interesse in die stad waar hun ruime, betaalbare woning staat? Niet echt. En daarin wordt men ook niet aangemoedigd door de lokale overheid. Toen men door kreeg dat Almere vooral een overloopgemeente voor Amsterdam aan het worden was, luidden de onofficiële slogans: ‘Onze universiteit staat in Amsterdam’, ‘Ons concertgebouw staat in Amsterdam’, enzovoort. Ofwel: we leven hier, maar we onderwijzen en vermaken ons elders. Scholen, gezondheidszorg en een theater(tje) waren wel van meet af aan aanwezig.

De gemeentelijke overheid dacht vanaf 1975 vooral in termen van plannen en processen en doet dat nog steeds, al zegt het Coalitieakkoord 2014-2018 ‘De Kracht van de Stad’ dat het vanaf nu anders zal worden. Nu zegt men: ‘We willen meer samen met Almeerders optrekken.’ Dat vereist een ‘cultuuromslag’: meer burgers moeten meer ‘burgerkracht’ ontwikkelen, zoals de gemeente de sociale activiteiten en zelfredzaamheid van de Almeerders noemt. Het zou inderdaad een revolutie genoemd kunnen worden. Want wat was de situatie tussen 1975 en 2015? Deze: de nieuwe burgers waren bezig met hun eigen leven – werk, kinderen/school, hypotheek – en de gemeente was bezig met het realiseren van al die grootschalige planologische doelstellingen: daar een nieuwe wijk, hier een sporthal, daar een Weerwater & Schouwburg, en natuurlijk weer een paar 
nieuwe mooie stadskernen, mooier dan die in de crisisjaren tachtig gebouwde stadswijken, zoals de Stedenwijk, die intussen probleemwijken zijn geworden. Want tegen de jaren 90 ontdekte men: we zijn de hogere inkomens vergeten. Dus kwamen Almere Poort en Almere Hout, inclusief Overgooi, waar iedereen zijn eigen huis of zelfs ‘buiten’ à la Naarden, Bussum of Laren kan bouwen. Want dat was tenslotte ooit het doel geweest: een alternatief voor Het Gooi bouwen in die polder. Wie nu Almere doorkruist, van Almere Poort via Almere Stad naar Almere Hout, die wordt door vooral één gedachte geleid: velen zijn hier vervuld van het verlangen naar een volgens eigen voorkeur ontworpen dak boven het hoofd.

De vraag is of de verlangens veel verder gingen en gaan. Laat staan dat er tussen die opmerkelijke daken, tussen die steeds kleurrijkere mensen, tussen die buurten/wijken/kernen veel ‘cohesie’ tot stand zou moeten komen. Cohesie. Het is een woord dat pas in het Coalitieakkoord 2014 voor het eerst in Almere opduikt. Want cohesie is een raar woord in een wereld waar het alleen gaat om de relatie tussen de Almeerse overheid en de Almeerse burger, want die heeft altijd geluid: wij regelen het voor u. De woorden ‘media’ of ‘burgerinspraak’ kwamen simpelweg niet voor. Oud-directeur De Vletter vertelt hoe rond 1980 de Structuurnota voor Almere Stad ter inzage werd gelegd. ‘Er kwam één bewoner kijken. En geen journalist te bekennen.’

Gemeentelijke communicatiekracht
Het is voor Nederlandse begrippen ongekend hoe groot de ‘communicatiekracht’ van de gemeente Almere is. De afdeling communicatie bestaat officieel uit 40 fte, volgens sommige critici uit meer dan 50 fte. Volgens Omroep Flevoland telt de afdeling communicatie, als je dat een beetje ruim neemt, zelfs 65 mensen. Nog los van de door de gemeente met een ruim een miljoen euro per jaar gesubsidieerde Almere City Marketing, waar ook een vijftal mensen werken. Woordvoerder en communicatieadviseur Marieke Brentjens woont, net als de helft van de staf, niet in Almere maar elders en werkte hiervoor in Zaanstad in dezelfde functie. Zij vindt ‘de communicatie’ in Almere niet anders dan in Zaanstad, waar wél een dagblad verschijnt, namelijk het Noordhollands Dagblad. Haar werk is hetzelfde: de wethouder bijstaan, nieuwsberichten maken, een speech schrijven. ‘Tachtig procent of meer van het werk is overheidscommunicatie, het informeren van de burgers. Almere ziet de burgers niet als kiezers, maar als klant die een product wil hebben.’

Wat er aan traditionele media is, is gauw verteld. Twee huis-aan-huisbladen, een tweemaandelijkse krant Almere Zaken, een enkele malen per jaar verschijnende ‘stadsglossy’ Lifestyle Almere, en Omroep Flevoland. ‘Veel minder moet het niet worden’, aldus Brentjens, ‘De journalisten die er nog zijn hebben helemaal geen tijd meer. Maar ach, de burgers zijn voor ons het belangrijkste.’ In heel Flevoland (met circa 150.000 huishoudens) werden in 2010 volgens het onderzoek ‘Stad zonder krant’ nog circa 50.000 regionale of landelijke kranten verkocht, wat toen al betekende dat Flevoland de minst kranten lezende provincie was. Almere zat daar toen al ver onder met circa 20.000 kranten op bijna 75.000 huishoudens, een aantal dat daarna elk jaar verder is gedaald. Vergeleken met het onderzoek uit 2010 naar het algemene media-aanbod in Almere zelf, lijkt dat in de afgelopen vijf jaar nog verder afgenomen. Toen waren er nog drie huis-aan-huisbladen, twee omroepen en zes nieuwssites. Alleen de communicatie in ‘de sociale media’ is toegenomen. Nu twitteren wethouders en raadsleden ‘rigoureus’, aldus communicatie. En bij het huis-aan-huisblad Almere Dichtbij kunnen burgers als ‘meeschrijvers’ ook een artikel plaatsen op de lokale site van dicthbij.nl. Telde het onderzoek uit 2010 nog zo’n veertig twitteraars en tien bloggers, volgens 
communicatie zijn er nu nog maar twee of drie Almeerders die veel bloggen en twitteren en zelf websites beheren.

De onoverzichtelijkheid van de digitale communicatie zit hem niet alleen in de twitteraars en bloggers, maar ook in de ‘reageerders’ op de sites van de huis-aan-huisbladen en Omroep Flevoland. Om enig inzicht te krijgen in wat er op internet allemaal gezegd wordt over Almere op Twitter, Faceboook, LinkedIn en die nieuwssites, gebruikt men de applicatie met de Starwars-achtige naam Obi4Wan die bijna een half miljoen bronnen in Nederland gebruikt voor de online en sociale media monitoring. De Gemeente Almere is zeer actief op de sociale media. Er zijn vier Facebook-accounts (gemeente Almere, Molenbuurt, Nobelhorst, Het kan in Almere). Zes stadsdelen hebben een eigen Twitter-account (@Almere, @Almere buiten, @almere stad, @almere centrum, @almere haven en @almere poort). Er is een tiental specifieke accounts, zoals:

  • @werkaandedreven: informatie over grote wegwerkzaamheden
  • @gladheidalmere: informatie over gladheidbestrijding
  • @bakkendag: geeft een melding wanneer welke afvalcontainer aan de weg gezet kan worden
  • @veiligalmere: over veiligheid in Almere
  • @raadvanalmere: berichten over de gemeenteraad
  • @stadsdorp: Nobelhorst
  • @almerepers: persberichten van de gemeente
  • @sportalmere: over sport en bewegen
  • @topsportcentr: over het Topsportcentrum
  • @almerewerkt: over ondernemen en werken

Er zijn ook lijsten op internet aangemaakt van de wethouders, de raadsleden en de raadsfracties. De gemeente heeft een eigen kanaal op YouTube, evenals de wijk Nobelhorst. Uit de tweejaarlijkse peiling onder de bevolking komt naar voren dat niet weinig Almeerders vinden dat het allemaal veel te digitaal is geworden, aldus hoofd communicatie Tjin a Ton. ‘Maar ja, als een burger een vraag twittert over een afgesloten weg, dan twitteren wij terug.’ Naast het papieren huis-aan-huisblad is er dus vooral digitale communicatie tussen gemeente en burgers. Als iemand iets wil melden, over een scheve lantaarnpaal of zo, dan kan hij of zij dat melden via het Klantcontactcentrum of via het callcenter dat achter het landelijke telefoonnummer 14-036 zit. Dat Klantcontactcentrum, KDC genoemd, is verbonden met het MRS, dat staat voor Meldingsregistratiesysteem. Niettemin, in de net verbouwde hal van het stadhuis zie je nog tientallen Almeerders op zoek zijn naar een loket. Of men zit in de nieuwe luxe fauteuils het lokale krantje te lezen. Het bestuurlijke hart van Almere heeft zowel een zeer zakelijke sfeer, als ook de ambiance van de Openbare Bibliotheek.

Stad zonder krant, veel huis-aan-huis
De onafhankelijke pers is in Almere nooit van de grond gekomen, al hebben vele krantenuitgevers het in het verleden geprobeerd om een betaalde krant in deze polder te laten bloeien: Het Parool begon een Flevo Parool, de Gooi- en Eemlander begon een krant, de Telegraaf wilde rond 2000 een soort Spits! uitbrengen. Al deze pogingen zijn na kortere of iets langere tijd gestrand op twee feiten: de belangrijkste is dat de Almeerder niet bereid is te betalen voor informatie, en een ander feit is dat de bezorgkosten in dit grote gebied nog hoger liggen dan elders, zeker bij een gering aantal abonnees. De krant Almere Vandaag (medio 2014 omgevormd tot Almere Dichtbij) verscheen een aantal jaren geleden nog vijf keer per week, daarna vier keer, daarna twee keer. Het aantal abonnees dat deze krant toen deze nog vijf keer per week verscheen telde bedroeg nauwelijks 2.500. Elke uitgever die het in de afgelopen decennia heeft geprobeerd, moest uiteindelijk besluiten: dit kan helemaal niet, en gaf de pijp aan Maarten.

De huidige onafhankelijk te noemen journalistiek in Almere bestaat uit een tiental mensen. Hiervan werken er vier bij het gratis huis-aan-huisblad Almere Dichtbij, twee bij het gratis huis-aan-huisblad Almere Deze Week en drie bij Omroep Flevoland. Almere Dichtbij (oplage 78.630) is onderdeel van de Holland Media Group, onderdeel van de Telegraaf Media Group (TMG). Almere Deze Week (oplage 84.525) is een uitgave van Rodi Media Midden Nederland BV. Omroep Flevoland wordt gesubsidieerd door de provincie Flevoland en heeft weinig eigen inkomsten, behalve enige uit reclame. De twee huis-aan-huisbladen bevatten merendeels typische lokale nieuwtjes, aangeleverd door sportclubs, verenigingen, bedrijven, gemeente, kamer van koophandel en belangenorganisaties.

Omroep Flevoland
Directeur Allard Berends van Omroep Flevoland vindt dat hij er voor de hele provincie is, niet alleen voor Almere, ook al telt die gemeente de helft van het aantal inwoners van de provincie. Zelf woont hij heel tevreden in Dronten. Hij geeft toe, radio wordt nauwelijks beluisterd, maar het uur nieuws van zes tot zeven uur wordt ‘heel redelijk’ bekeken. Van de volwassen Flevolanders zegt 23% ‘wel eens’ naar Omroep Flevoland te kijken. Over de aard van het nieuws: ‘Nee, wij zijn volgend, niet beschouwend. Wij initiëren geen debatten.’ Men is gestopt met de Editie Almere, en ook het Kantoor Almere is gesloten. Die drie verslaggevers doen Almere vanuit het hoofdkantoor in Lelystad.
Dat Lelystad, hoofdstad van de provincie, ligt overigens dichter bij de meest oostelijke kern van Almere, Almere Oostvaarders, dan Almere Oostvaarders verwijderd is van de meest westelijke kern Almere Poort. Die laatste afstand bedraagt al gauw meer dan twintig kilometer. Volgens directeur Berends is zijn omroep bij alle gemeenteraadsvergaderingen aanwezig. Bij de Algemene Beschouwingen in november 2014 waren inderdaad een camera(man) en een journaliste aanwezig op de perstribune vlak onder de in lila en zalmkleuren uitgevoerde publieke tribune van de raadszaal, die verder is uitgevoerd in fraai strak wit en grijs staal, glas en kunststof. Het circa zeventig mensen tellende publiek op de publieke tribune leek meer uit ambtenaren en partijleden te bestaan dan uit geïnteresseerde burgers.

Omroep Flevoland zegt dat de website omroepflevoland.nl 3 miljoen unieke ‘page views’ per maand telt. Op de website zijn de radio- en televisieprogramma’s live te beluisteren, en kunnen de tv-uitzendingen worden teruggekeken. Het onderzoek uit 2010 ‘Almere, stad zonder krant’, onderzocht de berichten van de omroep, het waren voornamelijk korte berichten. In sommige gevallen komt een wethouder of ambtenaar aan het woord die toelichting geeft op een besluit. En, om de omroep – die in de scorelijstjes van de provinciale omroepen zelden bovenaan staat, om het aardig uit te drukken – in perspectief te plaatsen, wordt met verve verteld dat de Open Dag in oktober 2014 op dat industrieterrein bij Lelystad zo’n 1.400 bezoekers trok. En wat dat gesloten Kantoor Almere betreft: ‘Almere krijgt van ons politiek meer aandacht dan Arnhem of Nijmegen van RTV Oost.’ Dat valt in het kader van dit onderzoek moeilijk te checken. Feit is ook dat er in 
Flevoland geen onderzoeksjournalistiek plaatsvindt, zoals in het Noorden en in Limburg om maar twee spraakmakende oorden te noemen, afgelopen jaren wel het geval was.

Wat wel een feit is, is dat directeur Berends zelf ook wel ziet dat er zaken drastisch anders moeten worden aangepakt in ‘de provincie’ als het gaat om het politiek-bestuurlijke nieuws. Als sublid van de commissie-Brakman heeft hij onder andere het voorstel gedaan om, in het kader van het belangrijkste advies van deze commissie – richt regionale mediacentra op – die fusie tussen kranten en omroepen te laten beginnen met het ter beschikking stellen door de omroep van alle ruwe content aan de kranten. Die kranten kunnen er dan zelf compilaties van maken, met eigen werk eromheen en dat op hun eigen site zetten.

‘Niet scherpe’ media
Als we het algemene beeld moeten samenvatten dat in Lelystad bij de provinciale omroep gegeven wordt van de politieke situatie in Almere, en de rol van de media hierin, dan ziet dat beeld er als volgt uit. De provinciale omroep volgt het nieuws dat is gebeurd, geeft geen achtergronden, aandacht voor het debat is er niet en het feit dat Omroep Flevoland een monopoliepositie heeft in de media ‘maakt niet scherp’. Niet dat RTV Almere, dat sinds augustus 2014 op zwart is gegaan wegens wanbeheer en omdat de gemeente er niet in wil investeren, een concurrent was. In tegendeel, ‘dat stelde niets voor: gesubsidieerd plaatjes draaien’, zegt lokale journalist Jeroen Oosterheert. In oktober 2014 kondigde ondernemer Willem Miermans aan de zendmachtiging ervan over te willen nemen voor zijn plan om een radiozender te beginnen onder de naam MEDIA036, met vooral ‘feel good-programma’s. In oktober is Sander Heijmen begonnen met een internetradiostation Radio Constant, die plaatjes draait die via internet gratis te gebruiken zijn.

Die ‘niet scherpe’ houding van Omroep Flevoland is met een voorbeeld te illustreren. De economische crisis heeft Almere in het hart geraakt, dat wil zeggen, de bouw is bijna stil komen te liggen. Dit betekent dat er veel met duur geld aangekochte grond nu braak ligt, onverkoopbaar. En dat betekent weer dat de gemeente in de boekhouding de waarde ervan heeft moeten afboeken, met meer dan 100 miljoen euro. Een omroep-verslaggever had hiervan in oktober 2014 vernomen, en dacht: ‘daar maak ik een item van, volgende week, want deze week zitten we al vol.’ De volgende dag bracht het Financieele Dagblad dit nieuws vrij groot, waarna het item toch nog sneller dan gepland moest worden gebracht. De manier waarop Omroep Flevoland aan nieuws komt is duidelijk: zij plaatst agendanieuws en persberichten van de gemeente, en af en toe de politieberichten, al doet de politie in Almere weinig persberichten uit, omdat er toch maar zeer weinig journalisten en media zijn die haar zouden kunnen controleren. De houding van de politie wordt door sommige journalisten omschreven als ‘wat niet weet, wat niet deert’.

De slogan van de website van Almere Deze Week luidt: ‘lokaal, betrokken, betrouwbaar’. De slogan van de eenmaal per week verschijnende papieren krant luidt: ‘Dé krant die Almere in beweging brengt!’ De bekeken papieren krant (22 oktober 2014) bevat een vijftigtal artikelen, de meeste tien tot twintig kolomregels groot en slechts een enkel bericht gaat over iets dat ‘rumoer’ genoemd zou kunnen worden: er zijn klachten over de geluidsoverlast van discotheek ‘Eindelijk Weer!’ Er staat één politiek bericht in: de SP wil haast maken met extra opvang voor asielzoekers. Van de 28 pagina’s zijn er circa 20 gevuld met advertenties. 

Het blad Almere Dichtbij telde op woensdag 12 november 2014 40 pagina’s. Het blad, dat meer oogt als een krant, opent met de kop ‘Zorggroep moet fors bezuinigen’. Er staan nog enkele korte stukjes in die men politiek-bestuurlijk zou kunnen noemen, zoals de oproep van het CDA om vrijwilligers in te zetten bij reanimatie en de online woonenquête die de SP wil gaan houden. Daar houdt het mee op. De rest van de krant wordt gevuld met faits divers, een Burger King die dicht gaat, schrijvers zoals Nico Dijkshoorn en Hafid Bouazza die bij mensen thuis voorlezen uit eigen werk, Gordon die de ‘Windluifel’ in de winkelstraat de Diagonaal opent. Verder veel sport en veel auto en driekwart van de pagina’s is advertentie. De gelezen zaterdagkrant van Almere Dichtbij (15 november 2014) ziet er anders uit, die telt 16 redactie- en advertentiepagina’s en vier pagina’s Stadhuis aan Huis, de wekelijkse informatiepagina’s van de gemeente Almere. Het bedrag dat de gemeente hiervoor aan de uitgever betaalt bedraagt volgens de redactie 3 ton en volgens het onderzoek uit 2010 zes ton, een bedrag dat ook door journalisten wordt genoemd. Een precies bedrag kan niet worden gegeven. Dat katern Stadhuis aan Huis bevat berichten over de Floriade van 2022, over de chipknip die wordt opgeheven, dat wethouder Pol certificaten heeft uitgereikt voor het Keurmerk Veilig Ondernemen. Er staan ook journalistiek geschreven stukken in, zoals ‘Wijkbudget laat goede ideeën bloeien’, over een kleurrijk ‘bijenlint’ dat bewoners van Almere Haven hebben aangelegd. Een halve pagina wordt besteed aan ‘Nieuws uit de Gemeenteraad’, ditmaal onder de kop ‘Fracties verdeeld over tussenrapport Floriade’. De redes van negen van de tien fractiewoordvoerders worden in een vijftiental kolomregels samengevat. Wie deze samenvattingen maakt staat er niet bij. Volgens communicatie schrijft een van de journalisten dit verslag, dat als ‘editorial’ van de gemeente wordt gepresenteerd in dit betaalde katern. Aangezien schrijver dezes bij deze raadsvergadering aanwezig was, valt op dat de samenvatting niet begint met de rede van de leider van de grootste fractie, de PVV (die reglementair als eerste spreekt) en die sterk afwijzend staat tegenover het hele idee van de Floriade, maar met het positieve verhaal van D66. Deze partij wil een digitale klok die aftelt naar de feestelijke dag van de opening in 2022. In feite treedt de journalist van Almere Dichtbij dus even op als ambtelijk notulist. In het gewone deel van deze zaterdagkrant staat ook een column van burgemeester Jorritsma, inclusief pasfoto en als ondertekening ‘Annemarie’, dit keer over het nieuwe uniform van de Almeerse politieagenten: ‘Ik moest er wel even aan wennen.’

In beide huis-aan-huisbladen staat geen nieuws uit de rest van Flevoland, zeker niet uit de rest van Nederland, laat staat internationaal nieuws. Omroep Flevoland zendt per week zo’n acht à negen nieuwsitems uit, op de site zijn er circa 50 per week te vinden, naast de teletekst-achtige berichten. Al is de provinciale tv niet initiërend, niet beschouwend, niet ‘agenda settend’, men heeft af en toe wel een nieuwtje. Men berichtte in 2014 bijvoorbeeld dat de aanrijtijd van de brandweer niet de vereiste acht minuten bedraagt maar veertien minuten, en dat sommige artsen weggaan bij het Flevoziekenhuis in Almere. En soms, aldus de directeur, reageert ‘de politiek’ wel eens boos over de berichtgeving.

De gemeente Almere wil dat de omroep meer tijd uittrekt dan een paar minuten voor ‘beleidsaandacht’. Zij willen uitzendingen van een uur, om het beleid uitvoerig te kunnen uitleggen. Volgens directeur Berends zou er nu ook een ondernemer in Almere met het plan rondlopen om een Goed Nieuws tv-zender te beginnen. Of die hiertoe wordt aangemoedigd door de afdeling communicatie van de gemeente is niet duidelijk. Journalisten in Almere noemen die afdeling 
namelijk doorgaans de Afdeling Goed Nieuws Show. Dat de gemeente Almere niet van slecht nieuws houdt, dat is al vanaf het ontstaan in 1975 het geval geweest. Gepensioneerd woningbouwdirecteur De Vletter herinnert zich dat hij tijdens een van die voorlichtingsavonden voor aspirant-bewoners wel eens zei: ‘Vertel naast al die lyrische verhalen ook eens iets negatiefs, zoals die donkere, koude winters hier. Maar dat deed men nooit’.

Informeel netwerk
Van een informeel netwerk in Almere moet de provinciale Omroep Flevoland het niet hebben. Redacteur Marco Penninkhof die al lang in Almere woont is lid van De Herensociëteit, waar ook enkele ondernemers en culturele types lid van zijn. Hij hoort er zelden iets interessants of mag er niet over berichten als lid van deze sociëteit. Er wordt wel gezegd dat de ondernemer die zowel in het bestuur van de voetbalclub FC Almere City zit als ook golft en nog wat andere bestuurlijke activiteiten heeft, veel informele invloed heeft. Maar er wordt meer geklaagd over het ontbréken van een netwerkcultuur in de stad.

Belangrijkste hindernis voor die goedwillende maar schaarse journalisten op weg naar nieuws is het feit dat ambtenaren geen lid zijn van deze of andere informele netwerken (bijvoorbeeld sportverenigingen, golfclub, schouwburg). En niet alleen de bronnen binnen Omroep Flevoland, maar eigenlijk alle bronnen – zelfs raadsleden – bevestigen deze indruk: ‘In Almere bepalen de ambtenaren alles’. En die zijn, ondanks alle ogenschijnlijke openheid van de gemeentecommunicatie, moeilijk tot zeer moeilijk te benaderen. Al was het maar om deze simpele, maar fatale reden: de ambtenaren uit het middenkader en de hogere ambtenaren wónen niet in Almere. Die wonen in Amsterdam, in Utrecht, in Zwolle, of in Het Gooi. In de oudere delen van Flevoland, Noordoostpolder en Oostelijk Flevoland woonden de ambtenaren ook in Emmeloord of Lelystad. Die hadden het ‘DNA’ van die omgeving. In Almere ontbreekt dat bij veel van de 1.700 ambtenaren. Die weten niet waar het ’s nachts onveilig is. Dat versterkt de procesmatige aanpak van alles wat men doet: alles is een project. Dat versterkt ook het interim-management-karakter van veel gemeentebeleid. In de woorden van directeur Berends: ‘In Almere is er geen Rode Hoed, is er geen debatcentrum De Balie, zoals in Amsterdam. Er is wel een Rotary, er is wel een Lions, die praten wat onder elkaar maar hebben nauwelijks contact met die ambtenaren. En een publiek gesprek komt niet op gang.’

Communicatie onder regie
Wie een tijdje in Almere vertoeft, verbaast zich over de grote hoeveelheid media die de gemeente zelf inzet, en ook over de diversiteit aan methoden om burgers hun zegje te laten doen. Wethouder Frits Huis (Leefbaar Almere) heeft naast Ruimtelijke Ordening en Cultuur ook ‘de communicatie’ in zijn portefeuille. Die communicatie vertaalt hij op zijn eigen rondborstige wijze. De pers noemt hij reactief, niet proactief, en zelfs reactief slaapt men liever. Een voorbeeld. In een interview met Paul van Liempt van de landelijke commerciële radiozender BNR vroeg Van Liempt hem of er niet te veel PVV-ers wonen in Almere. ‘Veel te veel’, antwoordde Huis. Geen journalist uit Almere die dit oppikte. Pas toen de PVV in de Raad hem erover interpelleerde, kwam zijn uitspraak op Omroep Flevoland, en in Almere Dichtbij. ‘Er is hier geen krant, geen columnist die zoiets oppikt en er over schrijft. Omroep Flevoland heeft trouwens ook een dédain voor gemeentepolitiek, dus het is hier schraalhans keukenmeester.’ Zelf doet hij aan directe communicatie met ‘de burger’. Hij is de enige wethouder die gewoon met de bus vanuit zijn ‘kern’ Almere Haven naar het stadhuis gaat en dan bij de bushalte en in de bus zelf een praatje aanknoopt. ‘Want, kijk, de goegemeente interesseert zich geen ruk voor de gemeentepolitiek. Maar toch wil ik meer reacties van burgers. Want, tja, die netwerkborrels, altijd de twintig ‘usual suspects’. Het zijn gescheiden werelden, die van de burgers en die van het bestuur.’ Huis wil in het kader van ‘de bestuurlijke vernieuwing’ – een van de drie punten van het coalitieprogramma – een ‘soort SRV-wagen, met een mobiele wethouder erin. Gewoon toeren door de stad, laat men maar binnenstappen met hun problemen en oplossingen’.

Hoe strak de digitale informatievoorziening door de gemeente Almere is geregeld, en hoe gebrand men is op het behouden van regie over alles wat met communicatie verband houdt laat zich aflezen uit twee feiten, een incidentje met tv-omroep Powned. De verslaggevers waren eind 2012 niet welkom bij de aftrap van de actie ‘Vast en Zeker’ om samen met de Bovag de autobezitters in de gelegenheid te stellen gratis hun nummerbord nagelvast te laten monteren – uit diefstalpreventie. Voor dat ‘evenement’ was de lokale en regionale pers uitgenodigd, maar die was niet komen opdagen. Wel meldden verslaggevers van Pownews zich bij de Bovag, waarop de burgemeester liet weten dat deze niet welkom waren. Dat werd een relletje en er kwam een Wob-verzoek om het communicatiehandboek te mogen inzien. Dat is intussen op internet gezet. Burgemeester Jorritsma liet het protesterende Powned weten dat het hier een bijeenkomst betrof en niet een persconferentie, en dat zij daarom zelf mocht bepalen wie zij daarvoor uitnodigde. De website Almere.nl is een verhaal op zich. Aangezien het algemene telefoonnummer van de gemeente – 14 036 – een call center is, is het geen wonder dat het antwoord op de vraag wie nu het hoofd van de afdeling communicatie is in Almere, luidt dat die naam ‘om privacy redenen’ niet gegeven mag worden. En dat doorverbinden ook niet mogelijk is.

Als je zelf die site almere.nl benadert krijg je deze mogelijkheid: ‘Kies de categorie voor het product waarvoor u een afspraak wilt maken op het stadhuis’. Dat zijn veel categorieën: paspoort, bouwvergunning, geslachtsverandering, alles kan in Almere. Alleen het ‘product’ communicatie staat er niet bij. Slechts via een journalist wordt het telefoonnummer van ‘De Perstelefoon’ duidelijk: 06-51002107. Wel is er op de site een foto van een kekke mevrouw, met als bijschrift ‘Vraag het Ally’. Daar kun je je vraag intikken. Dat deed ik, maar kreeg geen antwoord. Ally is, net als in de scifi-film She, een computer.

Inspraak
En toch, de gemeente Almere biedt niet alleen veel informatie, men biedt ook veel mogelijkheden tot inspraak dan wel het maken van een opmerking over dit of dat. Een greep uit de mogelijkheden. Burgers kunnen een brief schrijven aan de Raad. Zo’n brief schrijft bijvoorbeeld de directeur van de bibliotheek en wel een protestbrief tegen de voorgenomen bezuinigingen. Burgers kunnen een e-petitie organiseren. Burgers in de wijken van sommige van die stadskernen kunnen intussen zelf het beheer overnemen over de groenvoorziening of de inrichting – ‘zelfbeheer’ gedoopt - van het park en krijgen daarvoor een budget en kunnen ‘experts’ inschakelen van de gemeente. Die, volgens critici, dan wel ‘wat randvoorwaarden meenemen, zodat je nog niets zelf kunt bepalen’. Op centraal niveau is er bijna elke donderdag een zogeheten Politieke Markt, bedacht door Jan Dirk Pruim met het oog op dualisme en bestuurlijke vernieuwing. Burgers kunnen dan bij politieke partijen binnenlopen met hun vragen en suggesties, of in de wandelgangen raadsleden en wethouders aanspreken. Van deze mogelijkheid maken doorgaans tussen de tien en vijftien Almeerders gebruik, ook meestal dezelfde.

In de top-down-benadering die de gemeente Almere tot nu toe hanteerde als het gaat om de inrichting van de stad en de houding tegenover de burgers, ontbreekt daarom ook niet een afdeling die omschreven kan worden als de lokale afdeling van het Centraal Bureau van de Statistiek. Elke twee jaar wordt er een representatieve steekproef gehouden onder de bevolking met vragen over van alles en nog wat: de tevredenheid over de gemeentelijke diensten, de besteding van de vrije tijd, het mediagebruik, en het vrijwilligerswerk dan wel de mantelzorg – samen ‘burgerkracht’ genoemd. Die opiniepeiling wordt ‘Almere in de Peiling’ genoemd. De laatste werd in oktober 2012 gehouden en in oktober 2014 is er weer een gehouden, waarvan de uitkomsten ergens in 2015 worden gepubliceerd. Het is interessante lectuur. De helft van de ondervraagden is trots op Almere. Bij de stad Almere voelt zich slechts 21% betrokken, bij de eigen buurt of wijk 31%. Belangrijker voor ons onderzoek is de vraag hoe de Almeerders op de hoogte blijven van gemeentezaken. Bijna 70% vindt de gemeente klantvriendelijk, maar slechts 40% vindt de gemeente ook betrouwbaar. De begrijpelijkheid en toegankelijkheid van de gemeentelijke informatie wordt minder gewaardeerd dan in de peiling van 2010, al schommelt het percentage nog tussen de 60 en 40%. De helft leest Stadhuis aan Huis nooit of slechts af en toe. Iets meer dan de helft is tevreden met de informatie van Stadhuis aan Huis, een derde haalt zelf zijn informatie van internet, een derde leest het op de digitale nieuwsbrieven van de gemeente (waarom men zich zelf moet abonneren, wat maar 7% doet) en bijna een derde heeft graag folders en brochures. Wat betreft de techniek die men gebruikt, circa 85% gebruikt een laptop, 85% gebruikt zijn smartphone, 71% zijn gewone pc, en 40% zijn tablet, zoals de Ipad. Het begrip ‘Burgerkracht’ is ook altijd onderzocht. Zo blijkt de generatie ‘Bedrijvige Senioren’ (50-70 jaar) het meest actief, en de ‘inactieve jongvolwassenen’ het minst. Of en hoe dit laatste gegeven samenhangt met het gebruik van de media is niet onderzocht. Recent onderzoek laat echter zien dat Nederlanders onder de dertig jaar geen bladen – ‘dode bomen!’ - meer lezen. Deze digitale generatie heeft, als men het ruim wil zien, dus minder burgerkracht dan de oudere generatie, die veel meer fysieke contacten heeft in de wijk of daarbuiten.

Nieuwe vormen van communicatie
Het opmerkelijke feit doet zich in Almere dus voor, en elders hoeft het niet veel anders te zijn, dat de jongeren onder de dertig jaar geen papier meer lezen, over de minste ‘burgerkracht’ beschikken, maar tegelijkertijd, althans in Almere, de (nog) enige groep is die zich voluit Almeerder voelt. Gesprekken op de Hbo-opleiding Windesheim, maar ook daarbuiten, bevestigen het beeld: de Almeerders die hier geboren zijn voelen zich voluit Almeerder, willen hier niet meer weg, voelen zich dus niet langer ‘economische vluchteling’. Deze groeiende groep jonge Almeerders voelt zich dus Almeerder als geen andere leeftijdscohort maar interesseert zich niet voor de gemeentepolitiek. Misschien is dit van alle tijden, ze hebben andere dingen aan het hoofd: onderwijs, uitgaan, baan zoeken, enzovoorts. Toch stelt dit gegeven de gemeente wel voor problemen. Overal in Almere hoor je dezelfde klacht: ‘Het is zo moeilijk contact te krijgen met de bewoners.’ Volgens journalisten heeft de gemeente sinds de start in 1975 nog nooit nagedacht over de vraag hoe de communicatie moet verlopen met die helft van de bevolking die niet Nederlander van geboorte is. En of de communicatie met Jan, Jaap en Bep toch niet anders is, eenvoudiger, dan met Sahim en Aisha, of andere namen uit de circa 135 nationaliteiten in de stad. Hoewel de PVV met 9 raadszetels de grootste partij is in Almere werd en wordt Almere gedomineerd door twee partijen, de VVD en de PvdA (nu elk slechts 5 van de 39 zetels). Waarbij de PvdA van oudsher de ‘managerspartij’ is, die tot 2014 ook de belangrijkste partij was, ook als het gaat om de communicatie met de burgers. En die communicatie verliep altijd top-down, en in ruime mate dus. Maar ook technocratisch. Alles is geregeld, ook de informatie over B&W en de Raad, via het Raadsinformatiesysteem (RIS). Je kunt werkelijk alle openbare documenten opzoeken die je maar wilt inzien. Er zijn tal van methoden bedacht om die ‘transparantie’ en die ‘inspraak’ van de burgers te regelen. Maar het oordeel van journalist Jeroen Oosterheert is niettemin bikkelhard: ‘Ha, inspraak! Allemaal schijn, want de plannen zijn al lang klaar. En niemand die daar nog iets aan kan veranderen.’ Anderen, zoals De Vletter, wijzen erop dat in nieuwere stadsdelen de toekomstige bewoners wel degelijk zelf de hele wijk konden ontwikkelen en beheren. En dat bij renovatieprojecten bewoners veel inspraak hadden. Als een van de bewoners toch niet zijn zin kreeg, dan werd dat uitvergroot door de PVV.

Maar er moet wel iets veranderen in die relatie tussen overheid en burger. De meeste burgers van Almere hebben, meer nog dan elders in het land, nooit enige interesse kunnen of willen opbrengen voor het lokale bestuur. De overheid zou voor hen zorgen en zij zelf waren bezig met hun eigen leven vorm te geven. Dat is nu veranderd met ingang van begin 2015: de zogeheten drie decentralisaties, van Rijk naar Gemeente, van allerlei voorheen landelijke taken inzake jeugdzorg, mantelzorg, en, ja, wat niet voor zorg. De gemeente krijgt, zegt men, meer taken met daarvoor minder geld. Dat betekent een andere ‘cultuuromslag’ dan men toch al van plan was door te voeren in Almere. De gemeenteraad was er in november 2014 druk mee bezig. Waar ging de zorg naar uit? Niet naar die extra taken voor de gemeente, die zijn vanuit Den Haag opgelegd, die zijn niet terug te draaien vanuit één gemeente. En de zorg van de Raad ging in november 2014 ook niet over wat het allemaal gaat kosten en wat deze extra taken zullen betekenen voor de begroting en de taken in het Coalitieakkoord. De zorg ging hierom: hoe maken wij de burgers duidelijk ‘waar ze aan toe zijn’? Ook ging het uitvoerig, tenslotte moeten er tien partijen het woord voeren over hetzelfde onderwerp, over de vraag hoe de burgers bezwaar zouden kunnen maken tegen de komende regelingen en over de bezwaartermijn en de juridische aspecten ervan.

Gezegd moet zijn dat die Raadsleden tamelijk zakelijk spreken, ook tamelijk kort van stof zijn en in het algemeen positief gestemd zijn, zelfs de oppositiepartijen. De elders opgedane ervaring dat de Raadsleden bij specifieke onderwerpen in het algemeen van toeten noch blazen weten, geldt hier niet, althans niet in de bijgewoonde vergadering. De opmerkelijk eensgezinde zorg was: ‘Hoe vertellen wij het de burgers?’ En even opmerkelijk was dat bijna elk raadslid inging op een variant van de juridische formulering van de te nemen beleidsmaatregelen, om juridische problemen van de kant van de burgers te voorkomen.

Maakbare stad zonder ziel
In Almere denkt dus vrijwel iedereen – B&W, ambtenaren, raad – technisch, beleidsmatig en vooral juridisch: is ‘het proces’ goed? Ofwel: kunnen wij zelf hierop worden afgerekend? Vandaar de indruk die heel Almere maakt: het is goed bedoeld, maar vooral technocratisch, bestuurlijk, planmatig en ambitieus. 40 jaar groei, grenzeloze groei, heeft de stad op het spoor gezet dat alles maakbaar is: de zich eindeloos uitbreidende stad zelf, de voorzieningen en eigenlijk ook het imago en ‘de sfeer’ van de stad. Wie je ook spreekt, van de fanatiekste fan van Almere tot de grootste criticaster, het oordeel is op dit punt eensluidend: tja, die ziel, dat gevoel, die cohesie, die samenspraak, not here!

Almere is een ongelooflijke stad. Een experiment zonder weerga in Nederland. Maar als er één ding duidelijk wordt na zo’n lange rondgang door al die kernen, door al die wijken, en door vooral dat centrum, dan is het dit: mensen komen in Den Bosch wonen, of in Den Haag, ook omdat men van die stad houdt. Mensen komen naar Almere omdat men nog steeds van Amsterdam-West houdt, omdat men niet anders kan, omdat men een leuke (onderwijs)baan daar kan krijgen. Kortom; men houdt van Almere omdat men er beter van denkt te worden, niet vanwege die stad zelf. Ook daarom heeft men weinig behoefte aan media in en over Almere. Men leest eventueel nog een landelijke krant, men luistert naar commerciële radio. En ja, men pakt het huis-aan-huisblad van de mat of uit de bak bij het stadhuis als men daar toch toevallig moet zijn voor een vergunning, een paspoort, of die geslachtsverandering, als men daar toevallig behoefte aan heeft.

In Almere is het, veel meer dan elders in Nederland, de burgers aan de ene kant, de gemeente aan de andere kant. De gemeente heeft vanaf 1975 een DNA ontwikkeld, dat van het ‘aan de knoppen draaien’. Men draaide wat, die mammoettanker zou een slagje draaien zodat de effecten ervan vijf jaar later zich zouden laten zien. Die ‘knoppendraaiers’ van na 1975 hadden, heel begrijpelijk, weinig kaas gegeten van de toekomst in maatschappelijk opzicht. Wie wel? Natuurlijk, men plande deze kern en die kern, dit stadion en dat park, makkelijk. Maar niemand had in 1975 voorzien dat in 2015 de helft van de bevolking geen Nederlands zou spreken. De gemeentelijke website is bijna geheel in het Nederlands, slechts een fractie van de berichten is ook in het Engels.

De Digitale Stad en Almere.nl
Dat Almere in zijn communicatie met de burgers, afgezien van die wekelijkse paar pagina’s Stadhuis aan Huis in het huis-aan-huisblad Almere Dichtbij, vooral inzet op digitale communicatie, dat is op zich niet verwonderlijk. Maar er is hierover wel het één en ander op te merken.

Er zijn enkele nieuwssites. Persbureaualmere.nl is er één, eigendom van Henk Struik, dat ook politieke berichten plaatst. De site bevat nauwelijks eigen nieuws, de meeste berichten zijn afkomstig van de huis-aan-huisbladen, de politie of de gemeente. Almere.straatinfo.nl is een site met allerlei statistische en praktische gegevens per buurt en straat, het aantal huizen dat te koop staat, het aantal auto’s en brommers; een soort CBS in Almere. Er staan geen gewone nieuwsberichten op.

Almere.org is een andere site, eigendom van de Stichting Almere Digitaal, van Almeerder Peter Aggenbach. Ook deze site bevat nauwelijks eigen nieuws. Al is Aggenbach een verhaal apart. Via zijn persoon wordt de digitale ontwikkeling van de afgelopen tien jaar duidelijk. Niet alleen in Almere maar vrijwel overal in Nederland stapten gemeenten af van het idee om een zogeheten Community-site te (laten) bouwen, waarop niet alleen de gemeente, maar ook het bedrijfsleven en de burgers en de verenigingen en dergelijke een plaatsje zouden kunnen krijgen.

In de beginjaren van internet als massamedium, vanaf halverwege de jaren negentig, ontstonden in vele steden stichtingen die zich De Digitale Stad noemden (kortweg DDS). Die stichtingen 
bestonden uit vrijwilligers maar werden ook gesubsidieerd door de gemeenten zoals Amsterdam, Eindhoven, Leiden, Amersfoort, en Almere. In Almere richtte oud-zeefdrukker en ondernemer Aggenbach, die vanaf 1995 als webdesigner werkte voor de gemeente, ook zo’n stichting op: De Stichting Digitaal Almere. Het doel: zo veel mogelijk Almeerders zo snel mogelijk op het internet te krijgen, liefst verbinding leggend met elkaar. Dat leek, in de geografische archipel die Almere werd en waar de bevolking meer langs elkaar heen leefde dan met elkaar, van een grote urgentie. Aggenbach had allerlei ideeën, zoals The Internet Plaza, kortweg TIP genoemd, dat zo’n digitale Community moest gaan vormen, bestaande uit niet alleen gemeente, bewoners, bedrijven en instellingen, maar ook interesses en locaties en dergelijke. In 2000 kreeg hij ruzie met de gemeente, naar eigen zeggen omdat hij als ondernemer een homepage voor de VVD had gebouwd, hetgeen de dominante politieke partij PvdA geen aanbeveling vond voor voortzetting van zijn functie. Volgens hem hadden de gemeenten in die tijd ook niet goed door hoe internet zich zou ontwikkelen. En toen men in de jaren na 2000 wel doorkreeg dat internet hét communicatiemiddel zou kunnen worden in de samenleving, toen hield men subiet op met steunen en subsidiëren van al die stichtingen zoals De Digitale Stad. Men wilde het nu allemaal zelf doen, dat wil zeggen zich beperken tot een site van de gemeente alleen. Sindsdien is de relatie tussen Aggenbach uit Almere Buiten en zijn voormalige werkgever alleen maar verder verzuurd en geldt hij als een rancuneuze dissident. Want als ict'er en zelfs nerd ging hij door met het bouwen van alle mogelijke sites, waarvan sommige erg leken op de jaren lang populaire site Second Life. ‘Met het om zeep helpen van die DDS-stichtingen zette men ook overal een groep vrijwilligers bij het grof vuil die met heel hun hart en ziel de lokale gemeenschap wilden dienen. Heel dom dus. Nu doen ambtenaren dat die hier niet eens wonen. Belangrijker werden zijn activiteiten als zelfbenoemde waakhond van de gemeente en al haar doen en laten. Met als onderliggende motivatie eerherstel van zijn persoon, op wie naar eigen zeggen na 2000 karaktermoord is gepleegd. Voor de gemeente geldt hij als dorpsgek die de hele dag door twittert en doet.

Aangezien dergelijke personen ook in andere gemeenten in hun eentje zorgen voor alternatieve journalistiek, soms rancuneus en soms echte onderzoeksjournalistiek bij gebrek aan een serieuze pers, zijn dergelijke eenlingen een belangwekkend fenomeen. En aangezien de gemeente zelf zo veel mogelijk stukken digitaal toegankelijk maakt, en ook in de interne en externe communicatie zweert bij alles waar het woord digitaal in voorkomt, is het voor digitaal vaardige mensen een uitdaging om alle mogelijke informatie op te diepen uit de krochten van internet en openbare informatie en uitlatingen die burgemeester, wethouders en raadsleden ooit deden in de media, op te slaan en later desnoods te gebruiken voor weer een ‘zwartboek’ of een ‘Mind Map’ waarin zo veel mogelijk lijnen getrokken worden tussen personen, politici, instellingen en bedrijven, om iets aan te tonen. Sommige van die eenlingen waren de gemeente vaak net een stap voor. Begon de gemeente Almere.nl, dan deponeerde iemand als Aggenbach Almere.nu, Almere.org, Almere.cc, enzovoort. Of domeinnamen als Almere Groene Stad, Almere Smart City of Almere Smart Society, thema’s waarmee de stad zelf graag scoort.

Aggenbach wordt intussen door ‘het stadhuis’ zo gehaat dat men hem blokkeert waar men kan en zelfs weigert om te gaan met mensen die hem volgen via zijn sites of zijn twintig twitteraccounts. Van die twitteraccounts heeft hij er een twintigtal, en telkens meer en andere, zodat hij er meer creëert dan zijn tegenstanders op het stadhuis kunnen blokken. http://www.dial.nl - http://www.scoop.it/u/almere - http://almere.smartsociety.nl/map.htm - http://joomla.almere.org 
Het is maar een losse greep uit al het 
digitale dat deze nagenoeg werkloze ondernemer dagelijks vanuit een zijkamertje in zijn huis in Almere Buiten produceert, als hij niet zijn enorme hond aan het uitlaten is. Wat het politieke effect is van zijn gedreven obsessief te noemen activiteiten is moeilijk te zeggen. Maar zeker is dat hij met al zijn digitale dwarsverbanden en archivering van wat ook, wel een soort schaduwarchief heeft aangelegd van alles wat er in zijn ogen in Almere niet deugt. Zelf komt hij nooit op het stadhuis, maar dat hoeft in deze digitale wereld volgens hem ook niet.

Activiteiten van dergelijke digitale ‘lone wolfs’ zijn in andere gemeenten ook merkbaar. De bewindslieden en ambtenaren vinden die activiteiten erg onaangenaam omdat ze vaak hardhandig worden herinnerd aan dingen die zij gisteren zeiden of beloofden, maar daarna nooit deden. Of de burgers dit soort guerrilla-achtige sites weten te vinden en waarderen is maar de vraag. Het gaat vaak om heel gedetailleerde informatie en dan moet je wel erg in de gemeentepolitiek zijn geïnteresseerd. Wat zeker in Almere niet het geval is. Niet alleen was de opkomst bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen met 40% zes procent lager dan het landelijke gemiddelde, ook is het maar de vraag of al die digitale informatie wel overkomt. Directeur Nik Smit van Almere City Marketing laat het vaak wel onderzoeken, hoe mensen op de hoogte raakten van een van zijn evenementen. ‘Van een kennis’ is dan het meest gehoorde antwoord. Slechts een klein deel zegt: via de media. Smit: ‘Dan roept men: 'Is er een Havenfestival? Goh, dat wist ik niet!' Terwijl men zelf in Almere Haven woont!’

Conclusies
Almere is sinds het ontstaan ervan in 1975 een ongelooflijk succes. Waar anders is een dergelijk groot terrein volgebouwd met diverse woonkernen, volgens een utopisch plan? Nergens, ook niet in Zoetermeer of Hoofddorp. Almere is een stad geworden die misschien wel de toekomst is van hoe Nederland er ooit zal uitzien. Amerikaans in zijn ruimtelijke en sociale gedaante, beetje Los Angeles allemaal, maar nog steeds o zo Nederlands in zijn ambitie van de Verzorgingsstaat. Almere is de droom van het Nederland in de jaren ’70, en van elk decennium dat daarop volgde - elke stadskern heeft zijn eigen ‘tijdgeest’ – en is nu dus ook de droom van Nederland in de 21e eeuw: wie het geld, de creativiteit en de energie heeft bouwt zijn eigen huis, zijn eigen toekomst, zijn eigen Utopia. En daar begint de uitdaging van de toekomst voor Almere, misschien wel van heel Nederland: hoe kunnen wij al die individuele Utopia’s combineren met de noodzakelijke cohesie van de hele groep? En wat is de rol van de onafhankelijke media hierin?

Almere is in dit opzicht een leerschool van de toekomst. Zogenaamd interesseren de meeste burgers zich niet voor onafhankelijke media. Men zegt dat men zelf wel Googlet wat men wil weten. De gemeente weet heel goed hoe men een Goed Nieuws Show moet brengen via alle kanalen van oude en nieuwe media, behalve de persoonlijke aanpak van praten met burgers. Daar heeft men ‘Almere in de Peiling’ voor. De burgers interesseren zich dus niet of nauwelijks voor gemeentepolitiek. Zij die zich er wel voor interesseren komen niet aan hun trekken. De schaarse journalisten in Almere weten niet goed wat ze wel en niet kunnen en moeten publiceren, zijn enigszins sceptisch, zo niet cynisch geworden. Ook omdat men weet: ‘Wij schrijven voor tante Bep in Almere Buiten en die is niet geïnteresseerd in politiek’. Die is wel geïnteresseerd in de dienstverlening van de gemeente, en die is er in grote mate. De ambtenarij voelt zich vaak een soort Zonnekoning, oppermachtig over alle processen, inclusief de nieuwsvoorziening. Er zijn schrijnende gevallen bekend waarin burgers om steun vroegen voor een ernstig ziek familielid en die dus een combinatie van zorg nodig had. Toen uiteindelijk een ambtenaar zich met de zaak bemoeide ‘deed hij alsof hij zelf die voorziening uit eigen zak moest betalen’. Als er iets niet gaat zoals gepland, zoals met die Powned-journalisten, dan reageert het stadhuis krampachtig. Het vacuüm tussen ‘de burgerij’ en het ambtenarenapparaat wordt steeds groter. Persberichten worden vaak bijna integraal overgenomen door de huis-aan-huisbladen, ook vaak door Omroep Flevoland, feiten worden niet of nauwelijks meer onderzocht, journalisten hebben geen tijd of geen zin. De gemeenteraad moet het in dit politiek-mediale luchtledige vrijwel allemaal zelf doen. Zij heeft geen onafhankelijk kanaal voor informatie, niet om te ontvangen, niet om te zenden. In oude gemeenten voelen de meeste bewoners zich ‘lid van de gemeente’. In Almere niet, alleen de jongeren dus. De rest woont, werkt, recreëert in Almere, maar voelt zich niet erg betrokken bij het politiek-bestuurlijke nieuws. Dat is de vreemde situatie anno 2015: de Almeerders die zich als enige groep ook echt Almeerder voelt, is nog minder geïnteresseerd in de politiek dan de ouderen.

Slotconclusie
Almere is en blijft een zonnig, maar ook ietwat doorgeslagen technocratisch concept. Het bestuur bestuurt over een gebied maar regeert niet namens de bevolking. Die bevolking heeft weinig media om zich vertegenwoordigd te voelen en maakt ook weinig aanstalten om via inspraakmogelijkheden meer te zeggen te krijgen over het wel en wee in hun stad.

Sommige waarnemers die hier al decennia wonen en de politiek van binnenuit kennen zeggen ronduit: ‘De gemeente heeft intussen wel een echt extreme info power’. Ook omdat een onafhankelijke ombudsmanfunctie ontbreekt, is de verhouding tussen de gemeente en de burgerij extreem onevenwichtig. Voor de bewoners zou het nauwelijks mogelijk zijn om serieus met zaken om te gaan. Ze hebben daar ook de hulpmiddelen niet voor. De PVV speelt hier met succes op in. Want feiten worden door hen niet onderzocht, bijna alles gaat om beeldvorming. Hoe de communicatie zal verlopen met de helft die niet van Nederlandse afkomst is, is een vraag die op het stadhuis nog maar weinigen zich stellen.

De dominantie van de gemeentevoorlichting mag groot zijn, in dit digitale tijdperk kunnen zich gemakkelijk opponenten aandienen die vrij snel en vrij succesvol een digitale guerrilla kunnen starten tegen al die vrij mechanische, zo niet gekunstelde overheidsvoorlichting. Als de huidige economische stagnatie zich doorzet, als de groei van bevolking en stad Almere blijft haperen of zelfs in omgekeerde richting gaat ontwikkelen – dat wil zeggen nóg minder banen voor de jongeren – dan is de vrees bij enkele gesprekspartners dat er dan uiteindelijk ook hier misschien wel banlieues kunnen ontstaan. Op korte termijn is het realistischer dat door die politiek-mediale leegte die overal in Almere voelbaar is, bij aanhoudende economische crisis, met dat versplinterde politieke landschap in de gemeenteraad en met die nieuwe zorgtaken voor de gemeente in werking, de politiek net zo wisselvallig zal blijven als in het afgelopen decennium. Of nog heftiger electorale verschuivingen zal laten zien.

Want, ten slotte, leidt de dominantie van B&W in de informatievoorziening er ook toe dat de gemeenteraad nog meer ondergesneeuwd is geraakt dan elders het geval is waar wel nog lokale kranten de gemeentepolitiek goed volgen. In de Haagse politiek bepalen de landelijke kranten en media voor een aanzienlijk deel het aantal en de aard van de Kamervragen aan de bewindspersonen. In Almere komt het maar sporadisch voor dat een raadslid op basis van een bericht in het huis-aan-huisblad of op de provinciale televisie een vraag stelt. En wat betreft hun 
eigen profilering als raadslid, ze kunnen alleen zelf een sociale mediastrategie ontwikkelen met veel Twitteren en veel Facebook, om de buitenwacht op de hoogte te stellen van wat ze in het stadhuis zoal hebben gedaan. Voor het raadsverslag in Stadhuis aan Huis, het zaterdagkatern van de Gemeente in Almere Dichtbij, is men afhankelijk van een door de gemeente betaalde journalist die de hele rede in een paar honderd woorden samenvat. Het dualisme in de gemeentepolitiek is hier, in Almere, in elk geval niet gelukt, hoe veel inspraakmogelijkheden er formeel ook zijn. Een externe waakhond in de vorm van kritische onafhankelijke media, is nauwelijks nog te horen in deze fraaie, uitgestrekte archipel in de polder.

Veldwerk Almere: Prof. Henri Beunders benaderde,

  • Peter Aggenbach - Beheerder particuliere websites over Almere
  • Agatha Andela Docente Windesheim Flevoland, Almere
  • Allard Berends Directeur Omroep Flevoland
  • Marieke Brentjens Medewerker team communicatie gemeente Almere
  • Frits Huis Wethouder gemeente Almere
  • Jeroen Oosterheert Redacteur Almere Dichtbij
  • Marco Penninkhof Redacteur Omroep Flevoland
  • Nik Smit Directeur Almere City Marketing
  • Jennifer Tjin A Ton Hoofd team communicatie gemeente Almere
  • Jan de Vletter Oud-directeur Woningbouwcorporatie De Alliantie Flevoland

Nieuwsflits

We hebben 85 gasten en geen leden online

U bevindt zich hier: Home Over Almere! Nieuws Veldwerk Almere: Leegte in het landschap