Almere.org

Stadhuizen moeten open voor burgers

PAMFLET: Gemeenteraadsleden, vertegenwoordig meer!

Pleidooi voor de herwaardering van tegenwicht & tegenspraak

Vier ziekenhuizen in één regio besluiten tot samenwerking en schaalvergroting. Daardoor verdwijnen drie kraamafdelingen en groeit één afdeling uit tot regionaal Kraamcentrum. Wie in gemeente Y moet bevallen, is voortaan aangewezen op gemeente Z: een afstand van zeker 60 kilometer. Het gemor in de gemeenten A tot en met X is groot. Inwoners uiten hun bezorgdheid tegen hun gemeenteraadsleden: kunnen zij de burgernabije kraamafdeling niet behoeden voor sluiting? ‘Helaas, wij gaan daar niet over’, luidt het antwoord aan de bezorgde burgers. Wij stellen een vraag terug: ‘Is dat wel zo?’.

Stel je eens voor wat er zou gebeuren als de gemeenteraad de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht van het ziekenhuis zou uitnodigen voor een openbaar gesprek in de raadszaal? De publieke tribune zal zeker gevuld zijn, met de pers op de eerste rij. Daar en dan kunnen raadsleden als vertegenwoordigers van het bezorgde volk luid en duidelijk het lokale geluid laten horen en zo publieke druk uitoefenen. Wij hebben het vermoeden dat zo’n indringend, openbaar gesprek menig Raad van Bestuur en toezichthouder tot nadenken zal stemmen!

In de huidige praktijk blijft het te vaak bij die reactie ‘Daar gaat de raad niet over’. Raadsleden laten zich meer en meer weghouden bij het speelveld waarop zij letterlijk volksvertegenwoordigers kunnen zijn. Ze worden ingekapseld door het gevestigde systeem van regels, bevoegdhedenverdeling, macht en politiek, waardoor ze niet meer zien hoeveel zij zouden kunnen bereiken. Wij, raadsgriffiers van Almere, Amersfoort en Rotterdam, zien in de praktijk van onze volksvertegenwoordigingen hoeveel ruimte er nog ligt voor onbesproken thema’s. Vraagstukken waarover de inwoners van onze stad met elkaar spreken als ze elkaar treffen op verjaardagen, langs de sportvelden of tijdens activiteiten in de stad. Wij zien goede voorbeelden van raadsleden die als volksvertegenwoordiger de bezorgdheid, ongerustheid, zelfs boosheid onder de bevolking de raadszaal binnenbrengen. Tegelijk zien we de reflex: ‘dit is niet het domein van de raad, wij gaan er niet over!’ Echter een enkel hartstochtelijk raadslid in één van onze gemeenten blijft consequent stellen: ‘als de raad het wil, gaat de volksvertegenwoordiging over alles!’. Over zaken die maatschappelijke onrust veroorzaken, het gemoed in beweging brengen en om politieke stellingname vragen. Als raadgevers van raden pleiten wij daarom voor de revaluatie van tegenwicht en tegenspraak door gemeenteraden. Juist ook over zaken waar de gemeente weliswaar geen bevoegdheid heeft, maar wel zeer effectief invloed en druk zou kunnen uitoefenen

Analyse; een eeuw van burgerschap is op komst
Politiek wordt bedreven door leden van politieke partijen, die zich hebben gegroepeerd op basis van ideeën en idealen. Uit die partijen komen gemeenteraadsleden voort en bestuurders. Colleges van Burgemeester en Wethouders werken - zo is de aanname - op basis van collegiaal bestuur. Hun besluiten zijn gericht op wat zij, na overleg, het beste achten voor de lokale gemeenschap. Raadsleden houden die besluiten kritisch tegen het licht namens de burgers die zij vertegenwoordigen. Tot zover de democratische bedoeling. Maar wat is de praktijk? Dat lokale politiek niet meer over ideeën en idealen gaat, maar vooral over hoe de uitvoering is georganiseerd, over positie en over macht. Gemeenteraden en colleges lopen het risico steeds meer met zichzelf bezig te zijn. Zij nemen elkaar in een ijzeren greep waarin debatten alleen nog maar draaien om de vraag of de ‘coalitie’ aan zet is en of de ‘oppositie’ voet aan de grond krijgt. Het echte belang van de gemeenschap, waarin tegenwicht en tegenspraak geboden wordt aan besluiten en voornemens van bestuur - publiek of (semi-) privaat - raakt volledig uit het zicht.

Intussen, buiten het gemeentehuis, zitten burgers niet stil. Daar gaan mondige, goed opgeleide inwoners zelf aan de knoppen zitten zodra het henzelf raakt. Soms is dat om iets in gang te zetten, en evenzogoed ook om zaken tegen te houden. Zij zoeken zelf allianties waarmee ze maatschappelijke problemen te lijf gaan. Deze herleving van ‘civil society’, is een ontwikkeling die in onze ogen leidt tot ‘een eeuw van burgerschap’. De overheid - laten we het, gezien onze rol, beperken tot de lokale overheid - heeft daar (nog) geen antwoord op.

Het beeld dat wij - ook na toetsing bij collega’s - zien, is dat gemeentebesturen (raad en college) enerzijds en de burgers in diezelfde gemeenten anderzijds, elk in een andere film spelen. Burgers laten het besturen graag over aan het bestuur, maar komen wel meteen in actie als ze niet meer tevreden zijn. Uit onderzoeken blijkt ook dat een grote meerderheid wel wil meepraten, zelfs wil meedoen als hen die ruimte wordt gegund. De situatie aan het begin van deze eeuw is dus heel anders dan de ‘kloof’ waarvan in het verleden sprake was. De media spelen daarin een betekenisvolle rol. We leven in een ‘mediacratie’; incidenten krijgen aandacht. Ze worden uitvergroot, met enorme gretigheid om te reageren als gevolg. Media-aandacht krijgen is vaak een doel op zich, of de feiten nu kloppen of niet. Wie niet meedoet in deze emotie- en afrekencarrousel, prijst zichzelf uit de markt. Zo krijgen burgers een ‘gefotoshopt’ beeld van de bestuurlijke werkelijkheid, waarin voortdurend wordt gesproken over ‘wiens kop moet rollen’. Geen wonder dat bestuurders door velen worden geassocieerd met ‘mensen die te veel met zichzelf bezig zijn en weinig voor elkaar krijgen’

Oplossing? Eerherstel van de volksvertegenwoordiging
Tot zover de beknopte samenvatting van onze ervaring. Dan nu de mogelijke oplossing, die dichterbij is dan we denken. Wij zijn er namelijk van overtuigd dat het tijd is voor eerherstel en rehabilitatie van het fenomeen ‘volksvertegenwoordiging’. Toekomstige raadsleden mogen, nee….moeten bedreven raken in het leiderschap dat hen in staat stelt op te treden namens en voor burgers. Telkens als individuele casuïstiek wordt vertaald in algemene belangenbehartiging (in volksvertegenwoordiging) zal deze volksvertegenwoordiger dé man of vrouw ‘van het volk’ zijn. Het zijn namelijk diezelfde burgers die grote bezieling tonen als het om zaken gaat in hun eigen lokale gemeenschap. Zo worden de raadsleden ambassadeur van het nieuwe ‘tegenwicht & tegenspraak’. Door het gesprek van ‘de straat’ te vertalen naar maatschappelijk toezicht namens het volk kan de gemeenteraad zijn vertrouwenspositie steviger, herkenbaar en eigentijds sterk houden. Politieke verschillen gaan dan over visie, idealen en realiteitszin. Daarmee krijgt de politiek op lokaal niveau een onuitwisbare couleur locale die mogelijk ook meer weersbestendig is tegen de seizoensinvloeden van de landelijke machtswisselingen

De zekerheid dat lokale raden de ramen en deuren open gooien, de gehoorversterking op maximaal zetten en thema’s die er toe doen weten te onderscheiden, biedt een nieuwe voedingsbodem voor politiek vertrouwen. In zo’n klimaat kan het weer vanzelfsprekend worden dat burgers naar hun gemeenteraad stappen omdat zij vertrouwen dat daar het belang van de gemeenschap wordt afgewogen èn dat tegenwicht en tegenspraak wordt geboden aan diegenen die in stad of dorp aan het stuur van organisaties zitten, of het nu publiek is of privaat.

Gemeenteraadsleden hebben de kwaliteit in huis om dat te kunnen doen. Zij zijn aangewezen vanuit de overtuiging dat ze vasthoudend zijn; kunnen zeuren, zaniken en vasthouden. Zij zijn gekozen burgers die los van posities, hun volksvertegenwoordigende rol vervullen. Raadsleden kunnen èn mogen zichzelf opnieuw uitvinden! Niet vanwege een brevet van onvermogen, maar als vertrouwenwekkende kans voor een vitale lokale democratie in de 21e eeuw.

Is dit een utopisch wensbeeld, leuk op papier maar ver van de werkelijkheid? Geenszins! De door ons geschetste ontwikkeling is hier en daar in gemeenten al gaande. Neem alleen al de opkomst van de lokale partijen, die zich bekommeren om wat zij belangrijk vinden in hun eigen gemeenschap. Soms als vertalers van visie en wensen van specifieke dorpsgemeenschappen binnen samengestelde gemeenten, soms op thema’s als een optelsom van algemene belangenbehartiging op verbindingen tussen thema’s, zoals milieu, duurzaamheid en gebiedsontwikkeling. De traditionele, landelijke partijen houden moeite om een passend alternatief te bieden. Zij zien deze beweging nog vaak als one-issuepartij. Daar komt bij dat het hen zelf vaak niet lukt op dezelfde manier contact te krijgen met de inwoners (en hun signalen en collectieve belangen) die door deze lokale partijen worden gerepresenteerd. Als de suggestie klopt dat het die (door andere partijen getypeerde) ‘oneissuepartijen’ zijn, die niet altijd het algemeen belang lijken te dienen, laat de discussie dàar dan over gaan. Want diezelfde burgers die nu zo eensgezind pleiten voor het open houden van de kraamafdeling, hebben soms volstrekt tegengestelde individuele belangen, om van economische verschillen maar niet te spreken. Prima startpunt dus voor een politiek debat waarin belangen op basis van argumenten tegen elkaar worden afgewogen.

Ons gaat het erom het stelsel van representatieve democratie af te stemmen op de ‘eeuw van het burgerschap’. Wij vinden dat de (lokale) overheid ervoor moet zorgen dat burgers vredig met elkaar kunnen samenleven en vruchtbaar met elkaar kunnen samenwerken. En inderdaad, juist in de democratie van een lokale samenleving moeten minderheden worden gehoord. Daarom voldoet het basale uitgangspunt van ‘besluiten bij meerderheid’ niet langer. Wat nodig is, vatten wij samen als ‘binding en bedding’. Binding tussen en met burgers. Bedding door volksvertegenwoordigers die een positie midden in de samenleving innemen die door burgers volledig gelegitimeerd en erkend wordt.

Concreet? Meer ontmoeting nodig!
De lokale samenleving en de lokale politiek doen er goed aan elkaar weer vaker te ontmoeten: niet slechts eens in de vier jaar bij de stembus en niet alleen met inspraak en met participatiemodellen bij ingrijpende maatschappelijke gebeurtenissen.Nee, burgers moeten gereedschappen en kansen krijgen om hun geluid te laten horen en om hun kennis beschikbaar te stellen aan raadsleden. Denk aan het marktplein in het oude Athene, waar burgers bij elkaar kwamen om met hun vertegenwoordigers mee te denken en te praten over zaken als veiligheid, zorg, onderwijs en leefbaarheid. Als dat marktplein z’n functie terugkrijgt, komen raadsleden in de positie zoals bedoeld door de geestelijk vaders van het dualisme op lokaal niveau. Gevoed door wat zij op het ‘marktplein’ meekrijgen, kunnen zij als gekozen burger hun richtinggevende en controlerende rol dan echt inhoud geven.

Wij zien voor ons dat onze representanten weer centraal in de lokale samenleving staan. Centraal ten opzichte van de private sector, van de inwoners en van de uitvoerders van de publieke taken. Niet de vraag of er veel of weinig gemeenten moeten zijn; noch de vraag of we veel of minder raadsleden nodig hebben doet er toe. Essentieel is dat de volksvertegenwoordiging en ‘het volk’ weer een gezamenlijk ontmoetingspunt vinden in de arena die politiek heet. Burgers zullen die stap sneller maken als zij zich gesterkt weten door de wetenschap dat de zorgen van de gemeenschap door de volksvertegenwoordigers worden aangekaart. Ook als dat om een stevig gesprek gaat waarin die volksvertegenwoordiger geen formele positie heeft. Juist dan is het ‘marktplein van de gemeenschap’ dé plek waar zorgen kunnen worden vertaald in toezicht en stellingname; in ‘tegenwicht & tegenspraak’. Het zal de burgers helpen te accepteren dat gekozen burgers - als alle geluiden zijn gehoord, maar de diversiteit groot is - durven af te wegen en te besluiten.

Parallel aan dit moderne maatschappelijk toezicht van de lokale volksvertegenwoordiging vervult het dagelijks bestuur van de gemeente - het college met zijn ambtenaren - de publieke taken die het moet vervullen: dé rol van bestuurder. Burgemeester en Wethouders voeren beleid uit binnen kaders zoals door de gemeenteraad bepaald. Als beide kanten bereid zijn hun rollen waar te maken en de ander ook in positie brengen om dat te doen is er sprake van rolneming en rolgunning. In die gevallen is het niet meer nodig dat raadsleden zich wekelijks onderhouden met het bestuur; informatieoverdracht kan digitaal, vraag en antwoord kan online. Dan volstaat dat het college zo’n vier keer per jaar rekenschap aflegt aan de raad. Als de raad dan op vier momenten in het jaar de ‘opbrengsten’ van de wekelijkse gesprekken op het ‘marktplein’ vertaalt naar hoofdlijnen van het gewenste beleid, telt dit op tot zo’n acht ontmoetingen per jaar tussen de dagelijks bestuur en de volksvertegenwoordiging. Dit levert de volksvertegenwoordigers de tijd op die zij nodig hebben om hun existentiële rol in te vullen: het ophalen en vertalen van wat er leeft in onze samenleving. Resultaat: wekelijks spannende themabijeenkomsten met een maatschappelijke partner die aan de tand wordt gevoeld als vertaling van zorgen, belangen of ongerustheid in de samenleving. Waarbij het college er goed aan zou doen zoveel mogelijk aanwezig te zijn om ook aan te voelen wat er daar leeft.

Wij zijn ervan overtuigd dat de vraagstukken van onze huidige 21ste eeuwse samenleving een lokaal bestuur nodig heeft dat met gezag bestuurt. In de eeuw van het burgerschap, zullen burgers de stem en positie moeten krijgen die zij opeisen en die hen toekomt. Daarvoor is geen stelselwijziging meer nodig. Het faciliteren van gedragsverandering binnen de ‘informele’ ruimte van het maatschappelijk gesprek is voldoende. Dualisering zoals die begin deze eeuw is geïntroduceerd in de gemeenten - het bestuur bestuurt, de volksvertegenwoordigers kaderen en controleren -, biedt voor deze oplossing precies het goede vertrekpunt op weg naar maatschappelijk tegenwicht en tegenspraak.

Geschreven na een reeks ontmoetingen over de ‘Toekomst van de Lokale Democratie’ binnen het
Ontwikkelnetwerk 4Duaal ~ 4Society

Jaap Paans, raadsgriffier gemeente Rotterdam
Jan Dirk Pruim, raadsgriffier gemeente Almere
Marianne van Omme, raadsgriffier gemeente Amersfoort
i.s.m. Esther Veldhuijzen van Zanten, VIJFadvies & Ida Stroosnijder, Strootekst.

Nieuwsflits

We hebben 50 gasten en geen leden online

U bevindt zich hier: Home Over Almere! Politiek Stadhuizen moeten open voor burgers